Veertigdagentijd

5e dag van de Veertigdagentijd

De weektekst voor deze week is Psalm 42

Op dit moment woon ik in Jeruzalem. Een stad die, tot op de dag van vandaag, wordt bevochten. Een stad waar veel mensen van houden. In deze stad lees ik Psalm 42.

“Weemoed vervult mijn ziel
nu ik mij herinner hoe
ik meeliep in een dichte stoet
en optrok naar het huis van God –
een feestende menigte, juichend en lovend.”
(Psalm 42:3)

Gelezen door de ogen van Joden en Palestijnen klinkt deze tekst zo verschillend. Als ik uit mijn raam kijk op vrijdagmiddag, zie ik hoe honderden Joden naar de Klaagmuur snellen, richting de plek waar eens het huis van God stond. Van een afstandje kijkt een gouden menora naar de menigte bij de Klaagmuur. Wachtend op het moment dat een derde tempel zal worden herbouwd.

Bij Palestijnen op de Westoever en in Gaza roept deze tekst weer andere herinneringen op. Zij herinneren zich hoe zij – nog niet zo lang geleden – optrokken naar hun eigen heiligdommen. Met de familie naar de Heilige Grafkerk tijdens Pasen. Bidden bij de Al Aqsamoskee tijdens de Ramadan. Met weemoed herinneren zij zich deze dagen. En ze verlangen ernaar terug zoals een hert dat naar water verlangt.

En ik? Ik ben Joods noch Palestijns. Ik ben een nuchtere Hollandse, die niet zo hecht aan heilige plaatsen. Maar droefheid, onrust, hoop en verlangen kan ik wel begrijpen. Dat komt ook in mijn leven voor. Ik lees Psalm 43, de Psalm die bij Psalm 42 hoort, en lees:

Zend Uw licht en Uw waarheid,
laten zij mij geleiden
en brengen naar Uw heilige berg,
naar de plaats waar U woont.
(Psalm 43:3)

Voor mij is Christus Gods licht en waarheid. Ik bid dat hij mij brengt naar de plaats waar hij woont. En soms denk ik dat God niet in tempel- en kerkgebouwen woont. In vroeger tijden had hij ook het liefst een tent. Dan kon hij dicht bij de mensen zijn. Later werd hij zelf mens. Zo kon hij nog dichter bij de mensen zijn. Wandelend op aarde had hij geen plek om te rusten. Hij trok op de mensen die weinig populair waren. Jesaja profeteerde over hem:

“Dit zegt hij die hoog is en verheven,
die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam:
in hoogheid en heiligheid zal ik tronen
met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn,
opdat de onaanzienlijke geest herleeft,
opdat het verslagen hart tot leven komt.”

Ik vraag mezelf af: wil ik naar deze God verlangen zoals een hert naar water verlangt? Naar een God wiens troon niet in de hemel is, niet in een tempel, kerk of moskee. God woont bij wie onaanzienlijk is. Daar kan ik hem vinden. Maar wil ik daar wel zoeken? Zend mij Uw licht en Uw waarheid. Breng mij naar de plek waar U woont. Breng mij daar waar ik misschien niet wil zijn.

 

Van Margriet Westers verscheen het boek Geloof en je werk in de serie Essentials.