AdventstijdTheologie

Dag 4: Vijf inspirerende uitspraken van bekende theologen over Advent

Theologen hebben de eeuwen door al veel gezegd en geschreven over Advent. En wat is er mooier dan tijdens de Adventstijd eens terug te grijpen naar soms eeuwenoude publicaties waarin de boodschap van Kerst helder doorklinkt? De redactie van Theoblogie zette 5 inspirerende uitspraken van bekende theologen op een rij.

Thomas van Aquino 

“Omdat God mens geworden is wordt aan de mens de hoop geschonken dat ook hij deelachtig kan worden aan het volmaakte geluk dat alleen God van nature heeft. De mens kent immers zijn eigen zwakheid en als hem beloofd zou worden dat hij tot het geluk zou komen waartoe zelfs engelen nauwelijks in staat zijn – het geluk namelijk dat bestaat in het schouwen en het genieten van God – zal hij dit nauwelijks kunnen verhopen, tenzij hem de waardigheid van de menselijke natuur langs andere weg zou worden getoond, die God zo groot acht dat hij voor diens heil mens heeft willen worden. Door mens te worden heeft God ons de hoop geschonken dat de mens uiteindelijk zelfs verenigd wordt met God in een gelukkig genieten.”

Uit: Rekenschap van het geloof  (p. 49/50)

Aurelius Augustinus

“Vandaag is de Heer onder ons gekomen. (…)Wie kan zijn geboorte nu helemaal bevatten, zijn geboorte die volkomen ongekend, ongewoon en uniek is op deze wereld? Die, hoe ongelooflijk ook, geloofwaardig is geworden en in de hele wereld – het is niet te geloven – wordt geloofd? Een maagd wordt zwanger, een maagd baart een kind en blijft daarbij maagd (Matteüs 1,18-25; Lucas 1,26-38; 2,1-21)! Maar waar het menselijke verstand niet bij kan, dat vat het geloof wél. En waar het menselijke verstand het laat afweten, boekt het geloof vooruitgang.”

Uit: “Een dubbele geboorte” in: Augustinus… Wij zijn de tijden. – Heeswijk: Werkgroep voor Liturgie, 2004. – p. 42-45.

Dietrich Bonhoeffer

“Maar dat God de mens aanneemt, daarmee is niet genoeg gezegd. Deze uitspraak berust op een veel diepere, waarvan de betekenis ondoorgrondelijk is, namelijk: dat God in de ontvangenis en geboorte van Jezus Christus de mensheid lichamelijk aangenomen heeft. God verheft zijn liefde voor de mens boven ieder verwijt van onechtheid, twijfel en onzekerheid, doordat Hij zelf in het leven van de mensen ingaat als mens, doordat Hij de natuur, het wezen, de schuld en het lijden van de mens lichamelijk op zich neemt en draagt. Uit liefde voor de mens wordt God mens.”

Uit: Aanzetten voor een ethiek (p. 72)

Maarten Luther 

“Als we God waarachtig willen kennen in zijn aard en wezen, en als we willen weten wat hij met ons van plan is, dan kan dat alleen via zijn woord. God de Vader heeft zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden om mens te worden, in alle opzichten aan ons gelijk, alleen zonder zonde, en om onder ons te wonen en ons het hart en de wil van de Vader te openbaren.”

Uit: Gesprekken aan tafel (p. 103/104)

Karl Barth

“Kerstfeest heeft uitsluitend en alleen maar met Christus te maken – met Jezus Christus, Zijn geboorte, Zijn verschijning en zijn aanwezigheid in deze wereld. Wie en wat dat is, verstaat men heel simpel, als men denkt aan de oude kerkelijke naam van het Kerstfeest: Nativitas Domini, de geboorte des Heren. Het Christusfeest bestaat hieruit, dat wij een Heer, dezen Heer, Jezus Christus, bezitten en in Hem en met Hem en onder Zijn heerschappij de rust, dat wil zeggen het einde van onze vlucht. Daarom is het Christusfeest een feest, ja zeer bepaald het feest.”

Uit:  Overleggingen aangaande het Kerstfeest. Uit: In de Waagschaal, 1e jaargang, nr. 12, 22 december 1945