Veertigdagentijd

4e dag van de Veertigdagentijd

De woestijn, de stilte en God

Een leven zonder stilte is geen leven. Een mens zonder stilte is geen mens. Voor Sara Maitland is dit inzicht het thema van haar leven geworden. Maitland is een moderne kluizenares. Zij woont in een huis in het Schotse Galloway met uitzicht op ‘niets’. Dat ‘niets’ wordt gevormd door langsdrijvende wolkenformaties, heuvels en een vallei met heide, grassen en varens. ‘Ik kijk ernaar en met minder om naar te kijken, zie ik beter.’ Wat brengt Maitland tot haar uitzonderlijke levensproject? Zij dorst naar stilte. Ze heeft er een boek over geschreven. De titel van het boek luidt Stilte als antwoord. Kennelijk heeft de stilte iets te zeggen. Veel zelfs, volgens Maitland. In haar boek probeert ze er woorden voor te vinden, al beseft ze dat zoiets eigenlijk onmogelijk is. Stilte is onuitsprekelijk en naar haar aard onzegbaar. Het is iets dat buiten de taal staat of eraan voorbij is. Met instemming verwijst zij naar Tenzin Palmo, een Britse boeddhistische non die drie jaar hoog in de Himalaya in volledige stilte verbleef en over haar ervaring niet veel meer publiek maakte dan: ‘Saai was het niet.’
Maitland besloot om bewust en systematisch de stilte te gaan onderzoeken. Daartoe zocht zij eenzame plekken op, waar zij soms enige dagen verbleef, enkele weken of jaren. Maitland begon haar zoektocht vanuit de intuïtie dat stilte niet iets negatiefs is, niet een gemis of een afwezigheid, maar iets positiefs. ‘Ik wilde stil zijn en nadenken over stilte. Ik ging op jacht naar stilte en ben daar sindsdien niet meer mee opgehouden.’
In zekere zin bewandelde Maitland dezelfde weg als de woestijnvaders en -moeders. Dezen gingen wonen in de leegte van de woestijn om de volheid van God te zoeken. De kluizenaarsbeweging die ergens in de derde eeuw begon, vormt het begin van het christelijke kloosterleven. Maitland volgde de vroegchristelijke kluizenaars naar de woestijn.
Daar, in de eenzaamheid van de woestijn, stuitte zij op het sublieme, goddelijke. Tijdens haar verblijf in de Sinaï, in de nacht, starend naar de ontelbare sterren onderging zij het ontzaglijke besef van God. Het was volgens haar niet prettig en leverde een allesbehalve veilig gevoel op. Integendeel, het had iets onbekends, angstaanjagends, vernietigends. De sterfelijke mens houdt geen stand tegenover de immense grootheid van God. Maitland begon de religieuze samenhang te beseffen van innerlijk sterven en herleven: alleen wie het leven verliest, kan God ontmoeten. Ze noemt de woestijn ‘de plek van zowel vernietiging als totale kennis; de plek van schoonheid en vreugde. Het risico is absoluut, geen troost en zeker geen veiligheid. Slechts de schoonheid van God.’

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Kerk te Bussum, daarnaast is hij verhalenverteller en beeldend kunstenaar. Hij doceerde enige jaren aan een theologische opleiding in Chili en publiceerde diverse theologische boeken en verhalenbundels. Bij Uitgeverij Meinema verscheen zijn boek U doet niets, want U bent God. De Jong maakt ook deel uit van de redactie van het tijdschrift Open Deur.