Geloof

Alleen de hond leeft in het hier en nu

Koen HoltzapffelZaterdag 1 oktober 2011 werd het boek Alleen de hond leeft in het hier en nu. Essay over de toekomst gepresenteerd. Koen Holtzapffel, remonstrants predikant in Rotterdam bood het eerste exemplaar aan aan Manuela Kalsky. Zijn toespraak kunt u hieronder lezen.

Geachte aanwezigen,

Voor ik het eerste exemplaar van mijn essay aan Manuela Kalsky mag overhandigen maak ik graag drie hele korte opmerkingen. Over de hond, over t hier en nu en, t zal u niet verbazen, over de toekomst.

I Eerst dan over de hond

Dat dit essay een opvallende titel heeft, dat heb ik geweten. Het essay heet in de wandelgangen al die hond van Koen, en dat terwijl ik eigenlijk meer een katten- dan een hondenliefhebber ben. Maar goed, het beestje, het boekje, moest een naam hebben en het voordeel is natuurlijk dat iedereen de titel al kent voor het uberhaupt verschenen is. De titel raakt natuurlijk aan een gevoelig punt en dat is de verhouding tussen mens en dier. Veel hondenbezitters hebben me al verteld dat in ieder geval hun hond wel degelijk besef van verleden en toekomst heeft, en net verscheen een onderzoek naar een heel slimme vogel, de kraai, en wat blijkt uit dat onderzoek? Ook een kraai denkt op de langere termijn. Hij laat het hem voorgezette eten mooi staan, als ie weet dat ie straks een lekkerder hapje krijgt. Gelukkig heet het essay niet Alleen de kraai leeft in het hier en nu. Dames en heren, het laatste woord over de verhouding tussen mens, dier en toekomst is dus nog niet gesproken, houd u uw huisdier de komende tijd ook goed in de gaten. Maar een ding is zeker: mensen houden zich, mede dankzij de goed ontwikkelde structuur van hun hersenen, van hun frontaalkwab, op een veel gecompliceerdere manier dan dieren met de toekomst bezig. Met hulp van hun verbeeldingskracht en hun cultuur laten mensen zich hier en nu mede leiden door utopie en visioen. Ook al zouden we willen, we kunnen niet anders. De poolse dichteres Wislawa Symborska drukt dat verschil tussen mens en dier uit in het gedicht Lof van de geringe eigendunk:

Lof van de geringe eigendunk

De buizerd heeft zichzelf niets te verwijten.
Scrupules zijn de zwarte panter vreemd.
Piranha’s twijfelen niet of hun daden wel rechtmatig zijn.
De ratelslang aanvaardt zichzelf zonder voorbehoud.

Jakhalzen met zelfkritiek zijn onbestaanbaar.
Sprinkhaan, kaaiman, haarworm, horzel
Leven zoals ze leven en zijn er gelukkig mee.

Honderd kilo weegt het hart van de zwaardwalvis,
Maar in een ander opzicht is het licht.

Niets is dierlijker
Dan een zuiver geweten
Op de derde planeet van de zon.

II Nu over het hier en nu

U hebt het misschien gelezen, van Harry Mulisch komt op 30 oktober, precies een jaar na zijn dood, een novelle uit over de tijd. Eén passage is al onthuld, en daarin rekent Mulisch niet alleen af  met het verleden dat niet meer bestaat en met de toekomst die nog niet bestaat, maar ook met het hier en nu. Want zo Mulisch, net als verleden en toekomst kent ook het heden geen uitgebreidheid en bestaat dus niet. Als je bijvoorbeeld NU zegt, dan is de n van nu op zeker moment al weer verleden tijd, terwijl de u van nu nog komen moet. Exit verleden, exit heden, exit toekomst.

Te uwer geruststelling, zo radicaal als Mulisch aanval op de tijd, zo is mijn aanval op het hier en nu beslist niet bedoeld. Net als verleden en toekomst is ook het hier en nu van belang. Waar ik me tegen verzet is de spirituele tendens om het bezig zijn met de toekomst af te schilderen als vluchtgedrag. Daarmee doen we onszelf en de joods-christelijke traditie tekort.

III Over de toekomst tenslotte

Toen ik kort geleden op een bijeenkomst met collega-predikanten uit andere kerken vertelde over het jaarthema van de remonstranten, Uw rijk kome, toen was men oprecht verbaasd. Dat is nou helemaal geen thema voor remonstranten, die hebben het daar toch nooit over. U voelt ‘m al: deze collega’s waren nog niet van me af. Want ook remonstranten, vrijzinnigen, houden zich wel degelijk met dit centrale thema uit de joods-christelijke traditie bezig, al is het dan niet altijd expliciet. En de uitdaging voor mij bestond daarin om in het essay op een vrijzinnige manier over dit grote, dit zware begrip te schrijven. Zonder het belang ervan te ontkennen, maar ook zonder bangmakerij. Met aandacht voor de cultuur dus en een knipoog hier en daar. In het besef dat elke toekomstdroom, elke utopie ook weer kritisch bevraagd moet worden en dat niemand hier de laatste wijsheid bezit. Gelukkig maar, want dan werd het leven erg saai. Zo Symborska in het gedicht Utopia.


Utopia

Het eiland waar alles wordt opgehelderd.
Hier kan men op vaste bewijsgrond staan.
Er zijn geen andere wegen dan de toegangsweg.

De struiken buigen door van alle antwoorden.
Hier groeit de boom van het Juiste Vermoeden
met eeuwig ontwarde takken.

De verblindend simpele boom van het Begrijpen
bij de bron die Ah Dus Zo Zit Het heet.

Hoe dieper het bos in, des te breder
het Dal der Vanzelfsprekendheden.

Rijzen er twijfels, dan verjaagt de wind ze.

De Echo neemt ongeroepen het woord
en verheldert graag de geheimen van de werelden.

Rechts de grot waar de Betekenis ligt.

Links het meer van de Diepe Overtuiging.
De waarheid maakt zich los van de bodem en drijft zachtjes omhoog.

Boven het torent de Onwankelbare Zekerheid op.
Vanaf haar top strekt zich het Wezen der Dingen uit.

Ondanks al deze verlokkingen is het eiland onbewoond
en de vage voetsporen die je op de kusten ziet
wijzen zonder uitzondering in de richting van de zee.

Alsof men hiervandaan alleen vertrekt
en onherroepelijk in het diepe onderzinkt.

In een leven dat niet te doorgronden is.

Wislawa Szymborska (vert. Gerard Rasch)