Veertigdagentijd

33e dag van de Veertigdagentijd, met Marije Vermaas

Johannes 7:37-39

33 Jezus zei: ‘Ik zal nog een korte tijd bij u zijn, dan ga ik naar hem die mij gezonden heeft. 34 U zult me zoeken maar me niet vinden; u zult niet kunnen komen waar ik ben.’ 35 Toen zeiden de Joden tegen elkaar: ‘Waar gaat hij dan naartoe, dat wij hem niet kunnen vinden? Hij zal toch niet naar de Griekse diaspora gaan om de Grieken onderricht te geven? 36 Wat bedoelde hij dan toen hij zei: “U zult me zoeken maar me niet vinden; u zult niet kunnen komen waar ik ben”?’
37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! 38 “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ 39 Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

Dorst. Eigenlijk weet ik niet wat het is om dorst te hebben. In ons regenachtige landje  is altijd schoon drinkwater uit de kraan bij de hand. Voldoende waterplassen om in te zwemmen bij  heet weer. Water om in te douchen, kleren in te wassen, eten in te koken. Water dat ervoor zorgt dat de grond vruchtbaar is, zodat er gewassen groeien, dat de bomen groene bladeren dragen. Ondanks dat water zoiets essentieels is, ben ik me daar vaak nauwelijks bewust van als ik de kraan open doe om thee te zetten of de wc doorspoel. Ik kan me dan ook maar moeilijk voorstellen hoe het is om zo afhankelijk van water te zijn.
In het Midden-Oosten van Jezus’ tijd stroomde het water niet zomaar uit de kraan. Je moest naar een waterput (denk aan de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de put, in Joh 4) of een rivier (bijvoorbeeld de Jordaan) om jezelf en je vee van water te voorzien of je te wassen (reinigen). Die plekken waren daarom ook druk bezocht: een goede plek voor Johannes om zijn boodschap te verkondigen en mensen meteen in het water te reinigen, te dopen! Water werd geput in aarden vaten (denk bijvoorbeeld aan het verhaal op de bruiloft in Kana). Bij de tempel zullen ook zulke vaten hebben gestaan, om de pelgrims te voorzien van water zodat zij zich konden reinigen voordat zij de tempel binnentraden.
Stel het je eens voor. Daar sta je, als dorstige pelgrim. Misschien heb je wel een lange reis achter de rug, door de woestijn, om op tijd bij het hoogtepunt van het feest te zijn. Je bent moe, uitgeput en je hebt dorst. Je hebt je net op de voorgeschreven manier gewassen, zodat je de tempel kunt binnengaan om te bidden. Je kinderen en de dieren die je hebt meegenomen zijn dorstig en hongerig. En dan staat daar Jezus. Hij zegt: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!’ (Joh 7:37) Je kan je oren haast niet geloven. Wat een uitnodiging! Natuurlijk heb je dorst! En mooier nog: ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.’ Jezus biedt jou het meest essentiële aan wat je nodig hebt. Jezus als de bron, waar je dorst gelest kan worden. Jezus, die kan voorzien in de grootste nood. En dat niet alleen – door jou kan Hij anderen voorzien van water, jijzelf wordt een bron!
Het valt me op dat Jezus niet zegt: ‘Jij hebt dorst, kom bij mij!’ Nee, Hij nodigt uit. In de hitte van het Midden-Oosten kan je je niet voorstellen dat iemand geen dorst zou hebben. Maar Jezus dwingt niet. Hij biedt aan. Hij geeft ons een keuze. Komen we bij Hem om onze dorst te laten lessen?
Wat is in deze tijd het meest essentiële dat wij nodig hebben? Is dat rust? Vreugde?  Liefde van elkaar? Jezus biedt het ons aan. En, als wij het ontvangen, dan geeft Hij zoveel, dat het zal gaan stromen vanuit ons binnenste.  Zodat wij kunnen uitdelen.

 

Marije Vermaas schreef Beschuit zonder muisjes (2012) (www.beschuitzondermuisjes.nl) en is eindredacteur van de Essentialsserie voor vrouwen (www.essentialsvrouw.nl).

 

1 reactie

  1. Christa
    11 april 2014 om 20:49

    Dit is een mooie overdenking, maar exact dezelfde als die van 2 dagen geleden!