Veertigdagentijd

30e dag van de Veertigdagentijd, vandaag met Joke Verweerd

Alles gaat anders

Ik ben teleurgesteld en misschien zelfs een beetje wrokkig.
De juichende euforie is voorbij.
Wat achterblijft is het gevoel dat ik me misschien wel heb
aangesteld of belachelijk gemaakt.
Een soort boze schaamte maakt zich van mij meester. Het gaat
ook nooit volgens plan, ik ben weer blij geweest met een dode
mus.

Het leek een stroomversnelling die Hij voorzien had. Met
Hem weet je het maar nooit!
Alles viel op zijn plaats: het ezelsveulen, de eerste palmtak die
van de boom werd getrokken, een mantel op de weg en daarna
het juichen dat zo aanstekelijk werkte.
Mijn hart sprong op en ik dacht: Zie je, nu gaat het Hem
lukken, ik wist het, ik wist dat die dag komen zou!
Mijn stem sloeg over bij het juichen, ontroering zat als een
brok in mijn keel.
Ik keek om mij heen en vond in aller ogen bevestiging.
Door mijn lijf joeg een storm van gevoelens waarin alle
drijfveren vertegenwoordigd waren.
Van ‘Ik gún het Hem zo! Het komt Hem toe!’ tot ‘Hier heb ik
het voor gedaan, ik ben Hem dus niet voor niets gevolgd!’
En dan pakt het zó uit: in plaats van fi er en zelfverzekerd
het leiderschap te aanvaarden, verliest Hij de controle over
zichzelf. Hij laat zich gaan, de tranen stromen over zijn
wangen. Kwetsbaar en overstuur trekt Hij zich terug.

Wat kon ik doen?
Hij laat zich niet dwingen.
Ik zag hoe Hij werd overmeesterd door droefheid. Als een golf
die Hem wegsleurde bij de overwinning vandaan.
Een mengeling van schaamte en medelijden overviel me; het
doet me wat, Hem zo te zien.
En toen Hij vroeg of ik een ruimte wilde gaan regelen om alles
voor het Paasfeest in orde te maken deed ik dat. Hem kan ik
niets weigeren, maar het is zo jammer, zo onbegrijpelijk.
Ik had een ander verloop van de avond in gedachten.
Ineens ben ik moe en uitgeblust.
Het gaat bij Hem altijd anders dan verwacht.
Teleurgesteld als ik ben, kost het mij moeite om mijzelf te
beheersen, mijn verwijten in te slikken.
Die ongebruikelijke manier van doen van Hem vraagt zoveel
energie.
Zo blijft er toch niets over van idealen en doelstellingen?
Mijn verwachtingen voor de toekomst moeten al weer worden
bijgesteld.

En dan komt Hij met een linnen schort voor en een waskom
met water. De blik van zijn ogen gaat dwars door mij heen.
Ik buig mijn hoofd en vraag me voor de zoveelste keer af: ‘Wie
bent U toch?’
Of is het deze keer: ‘Waar wilt U heen?’
Of misschien zelfs: ‘Wat moet ik met U?’

Van Joke Verweerd verscheen vorig jaar een bundel met gedachten en gedichten rond Pasen.