Geen categorieVeertigdagentijd

24e dag van de Veertigdagentijd, vandaag met een bijdrage van Arie Kok

Worden als een hond

Omdat hij boven op de stapel lag, begon ik ergens in de veertigdagentijd aan In ongenade, de vertaling van de verfilmde bestseller Disgrace van J.M. Coetzee. De titel had een waarschuwing kunnen zijn, maar dat drong aanvankelijk niet tot me door. In de periode waarin genade het hoofdthema is, bracht dit boek me daar dichter bij.

Juist in deze tijd van het jaar loop ik vaak aan tegen de platheid van de verwoording van het gebeuren destijds. We hebben het in de kringen waarin ik verkeer zo gemakkelijk over bloed, schuld, vergeving en plaatsvervanging. We duiden er maar op los. In liederen doen we alsof we in gedachten bij het kruis staan en alles zomaar begrijpen. Het spoelt als water van me af. De ronde taal komt niet meer binnen. Het verhaal is uitgeknepen als een tube tandpasta. Over een mysterie valt pas te communiceren als het ook een mysterie mag blijven. Daarvoor zijn beelden nodig, metaforen, verhalen. Zo’n verhaal bleek In ongenade onverwachts te zijn.

Het verhaal speelt in het Zuid-Afrika van de nieuwe verhoudingen, eind jaren negentig. De witmens is zijn machtspositie kwijt, de zwarte staat aan het roer. Maar beiden hebben hun verleden nog niet verwerkt, kunnen nog niet omgaan met de nieuwe situatie. Hoofdpersoon David Lurie is blank, vijftiger en doceert westerse literatuur. Hij heeft een zwak voor vrouwen, maar weet zich nauwelijks te binden in een vaste relatie. Vrouwen zijn lustobjecten voor hem geworden. Op een middag wordt hij verliefd op een zwarte studente en manipuleert haar meerdere keren tot seks. Het loopt mis, er komt een procedure, hij houdt de eer aan zichzelf en vertrekt naar de afgelegen boerderij van zijn lesbische dochter Lucy. Daar gedraagt hij zich als de moreel-superieure blanke, wat zich vooral gaat wreken als ze op de boerderij overvallen worden door drie zwarte mannen en Lucy door hen wordt verkracht. Daarna scheiden hun wegen. Lucy ervaart de pijn en vernedering, maar wil niet weten van vergelding. David zit vol wraakgevoelens. Kan hij van Lucy leren?

Hoogtepunt van het boek is een scène waarin vader en dochter samen tot de kern komen, terwijl ze naar een paar spelende honden zitten te kijken:

‘Wat vernederend,’ zegt hij uiteindelijk. ‘Zulke hoge verwachtingen, en dan zo te eindigen.’
‘Ja, ik ben het met je eens, het is vernederend. Maar misschien is dat een goed vertrekpunt. Misschien moet ik dat leren aanvaarden. Om van de grond af aan te beginnen. Met niets. Niet: met iets, behalve. Met niets. Zonder troeven, zonder wapens, zonder eigendom, zonder rechten, zonder waardigheid.’
‘Als een hond.’
‘Ja, als een hond.’

Arie Kok (1968) schrijft als zelfstandig journalist voor diverse landelijke media. Acht jaar lang werkte hij bij de Evangelische Omroep als hoofdredacteur van Visie. Vorig jaar verscheen zijn debuutroman Morie die genomineerd werd voor de ND Publieksprijs 2014.