Veertigdagentijd

20e dag van de Veertigdagentijd, met Roel A. Bosch

Opspattende psalmen

Als kleine jongen zat Donald Murray in de kerk, ergens aan de rand van Europa, op de Hebriden, de eilanden ten noordwesten van Schotland. Zijn vader zong de psalmen voor, wierp zingend een regel omhoog, die door de mensen werd opgevangen en teruggekaatst. Ieder viel in op een eigen toonhoogte, een vrije warreling van klanken, als de golven die tegen de kust sloegen, de golven die zo vaak al hun schepen bedreigd hadden. Of soms ook klonk het stiller, meer zoals de rimpels in het water van het loch, wanneer de jongen er een steen in had gegooid.

Met de klanken kwamen de woorden mee. De taal was Gaelic, stevige harde klanken, naadloos overlopend van het ene woord in het volgende, de psalmen in keelklanken, een vreemdeling had het zo voor Hebreeuws of Arabisch kunnen uitmaken. Maar Donald hoorde het anders. Hij hoorde de weemoed, het verlangen naar warmte, naar vrede, naar recht. Het verlangen rees op uit monden en harten van een volk dat al zoveel lijden had moeten doorstaan. Van hun land, de Highlands, verdreven en terecht gekomen op de kale eilanden. Het spreken van hun taal op school afgestraft. Hun vrije kerken geminacht, als ongeletterde afvalligen uit de Church of Scotland. En zo zongen ze hun psalmen, zonder begeleiding, zonder scholing, behalve die van de ervaring, de eeuwenlange ervaring van vader op zoon. En zo zat de jonge Donald in de kerk, en zo keek hij er later op terug, vanaf een plaats waar kerk en geloof aan de rand waren komen te staan:

‘Watermuziek’ noemen ze het
en ze vertrouwen erop dat de kringen van elke stem
rondgaan binnen de kerkmuren,
boven het dak uitstijgen,
de hele Schepping overstromen,
opspatten tegen Gods gezicht
om al die vlekken van bloed en wreedheid weg te wassen
die de mensen daarop achtergelaten hebben.

Het is een vorm van geloven in de wereld waar je de Keltische taal en cultuur overal proeft. Niet de zoete en romantische natuurteksten, maar vooral de woorden vanuit de ruigte van een kwetsbaar leven, aan de rand van wat nog haalbaar is. Daar ergens spatten de psalmen tegen het gekwetste gelaat van God. Daar ergens vinden mensen houvast in traditie en vasthoudendheid. Daar werpt de voorzanger zijn eerste regels omhoog, de tunes met namen als ‘Stornoway’, ‘Torwood’ of ‘Kilmarnock’. En daar gaan mensen die al zingend invallen een ongekende gang. In vertrouwen op God die hen ziet, ook hier aan het eind van de wereld, ook waar de nacht valt.

Roel Bosch is redactielid van De Eerste Dag en redactielid en voorzitter werkgroep Psalmen van het Liedboek – zingen en bidden in huis en kerk, 2013. Hij publiceerde Er zijn, keltisch-christelijk geloven (2013) en Steeds weer zoeken mijn ogen naar U. Psalmen in Liedboek – zingen en bidden in huis en kerk (2014).

foto Marleen B. Berg