Veertigdagentijd

18e dag van de Veertigdagentijd, met ds. Niek Tramper

‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven’ (Johannes 4 vers 10).

In Johannes 4 klinkt de echo van Psalm 42 door.

 

Bijzondere ontmoeting daar bij de Jakobsbron! Jezus heeft dorst en de Samaritaanse vrouw ook. Onoverkomelijk diep water staat tussen hen in. Hij hoort bij een ander volk en een andere religie. Hij is een man, kennelijk ook nog een rabbi. Jezus breekt de weerstand met een vraag. Hij heeft haar nodig. Zij heeft nog niet door dat Hij niet zijn eigen dorst lest, maar háár dorst.
Jezus geeft zich in zijn moeheid, honger en dorst aan de ander. Hij ziet leegte van leven voor zich. Haar leven is een schreeuw naar levend water. Ze weet het zelf nog niet en hij zal het haar laten weten. Zij is als hinde die naar water smacht. Ver van God en ver van de mensen blijft ze met zichzelf en haar dorst alleen. Dorst naar God, maar wel diep weggestopt onder alle dagelijkse besognes. In Johannes 4 klinkt de echo van Psalm 42 door. Ben ik dat trouwens zelf ook niet, zo’n dier dat schreeuwt naar water? Een schrijver en een dichter gevangen in heimwee, verstoken van hoop?

De moeder die in beslag genomen wordt door de dagelijkse zorgen voor haar gezin kan ineens heimwee hebben naar haar onbezorgde jeugd. Ze weet dat die niet meer terugkomt. De zieke die niet slapen kan en vreselijk moe is door wat hij al honderd keer heeft gedacht, ziet hartstochtelijk uit naar de morgen. Breekt die nog een keer aan?
Verlangen, heimwee en hoop lopen door elkaar in de psalm van de dorst. Heimwee kan heel pijnlijk zijn. Voortdurend in gedachten zoeken naar je vertrouwde thuis. Of naar je geliefde, die alles voor je was en die je zo mist. Heimwee zoekt een verleden dat ver en ongrijpbaar is.
Hoop is anders. Hoop richt zich op de toekomst en gelooft vast dat het anders wordt. In Psalm 42 wordt de dorst van heimwee gestild door het verlangen van hoop. ’Als een opgejaagd hert dat naar water smacht’ zingt de dichter, ‘schreeuwt mijn ziel om God te vinden, die ik ademloos verwacht’.

De rode draad van Psalm 42 loopt ook door de ontmoeting bij de Jakobsbron. Jezus bevrijdt de vrouw van haar bodemloze heimwee en brengt haar in het huis van de hoop.
Hij zegt: als je nu eens wist wat God je wil geven! Als je nu eens wist dat de diepe vervulling van al je verlangen vlak bij je is! Om tot dat inzicht te geraken, heeft ze wel ontmaskering nodig. Zij kon altijd haar verlangen stillen met verleidelijke aanbiedingen op de markt van het leven. De verzadiging van haar kleine verlangens bedekte de diepe hunkering naar het werkelijke Leven. De ontmoeting met Jezus pelt nu de maskers er een voor een af. De pijnlijke onthulling maakt in haar de weg vrij naar een ongekende bron van goedheid en waarheid. Dat is Jezus zelf, het Leven en het Licht der mensen. In mijn studententijd begon ik dat ook te ontdekken. Mijn ambities verborgen mijn verlangen naar het Leven. Totdat Jezus mij –ongedacht- zijn schoonheid liet zien en een nieuw ontdekkend licht in mijn bestaan scheen. Het masker van mijn zelfgerichte leven viel eraf. Het viel niet langer zwaar mijn kleine ambities op te geven. Het Leven had mij gevonden. Elke dag ben ik daar verwonderd en dankbaar over.

 

Van ds. Niek Tramper verschenen de bijbelstudieboeken Psalmen en Daniël in de serie ‘Luisterend leven’, en de praktische handreiking voor bijbelstudiegroepen Het Woord in ons midden.