Geen categorieOverige

Dag 10 – Wie zeg jij dat Ik ben?

Heb je ooit een van de evangeliën in één keer uitgelezen? Dat is zeker de moeite waard. Er zitten enkele grote voordelen aan. Je leert Jezus beter kennen. Je ziet duidelijker hoe zijn leven zich door de verschillende fasen heen ontvouwde. Je ontwikkelt een dieper inzicht in wat Hij onderwees en waar Hij voor stond. Je merkt op hoe vaak Hij de tijd nam om bij zijn Vader te zijn, vooral op belangrijke momenten in zijn leven. In een notendop: aan Jezus en het verhaal van het evangelie ga je dingen zien die je gemakkelijk mist wanneer je steeds maar een paar verzen leest. Ik zal je een voorbeeld geven.
Als je ervoor gaat zitten en het hele Marcusevangelie doorleest, is er één ding dat meteen opvalt. Het kan je moeilijk ontgaan: dit evangelie bestaat duidelijk uit twee delen. Er zijn zestien hoofdstukken. De eerste acht zitten vol leven, ze staan bol van energie en actie. Jezus trekt van dorp tot dorp en spreekt over het goede nieuws van Gods beschikbaarheid, bevrijdt mensen die door het kwaad gevangen worden gehouden, geneest de zieken, voedt de hongerigen, brengt stormen en zeeën tot bedaren, vertelt gelijkenissen – kortom: Hij beleeft een echt vruchtbare periode in zijn bediening. Halverwege het achtste hoofdstuk begint de sfeer echter te veranderen. Je kunt het bijna voelen. De sfeer wordt gespannener en dreigender. Er hangt gevaar in de lucht. Jezus begint over lijden te spreken. Hij vertelt zijn discipelen dat het niet gemakkelijk zal zijn om Hem te volgen. Hij benadrukt herhaaldelijk dat Hij zal sterven, maar ook weer zal opstaan. Een bijbelgeleerde, die stilstaat bij deze abrupte ommekeer in de sfeer in het evangelie, zegt het als volgt: ‘De laatste acht hoofdstukken van het evangelie worden gedomineerd door gesprekken over de dood.’ Inderdaad is het contrast met de eerste acht hoofdstukken heel treffend.
Bij dit keerpunt staat een vraag die door Jezus wordt gesteld centraal. Hij had zijn discipelen meegenomen naar Caesarea Filippi, in een streek in het noorden van Israël op de hellingen van de berg Hermon, dicht bij de bron van de rivier de Jordaan. Het lijkt erop dat Hij alleen met hen wilde zijn, ver weg van de mensenmassa’s. Hij moest met hen praten over een mogelijk explosieve kwestie. Wie dachten zij, zijn naaste metgezellen, dat Hij was? Ze hadden zijn wonderen gezien, naar zijn onderricht geluisterd, zijn gezelschap ervaren. Maar wat geloofden ze ten aanzien van Hem? Dat was de brandende vraag: ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’
Deze vraag raakt een heel relevante snaar. We leven in een tijd waarin veel mensen gefascineerd zijn door de persoon van Jezus. Er zijn de afgelopen dertig jaar meer boeken over Hem geschreven dan in alle voorgaande eeuwen. Films zoals ‘The Passion’ zijn kaskrakers geworden. Geleerden voeren verhitte debatten over de authenticiteit van zijn woorden en daden zoals ze in de vier evangeliën staan opgetekend. Zelfs mensen die niets met Hem te maken willen hebben gebruiken zijn naam als ze vloeken! Het is moeilijk om ten opzichte van Hem neutraal te blijven. Geen wonder dat onze reactie op de vraag ‘Wie zeg jij dat Ik ben?’ ons leven meer bepaalt dan ons antwoord op elke andere willekeurige vraag. Laten we eens wat tijd nemen om er zelf mee te worstelen.

Met Jezus optrekken in de evangeliën
De vier evangeliën zijn de beste uitvalsbasis om te gaan onderzoeken wie Jezus is. Zonder deze vier boeken zou het bijna onmogelijk zijn om iets over Hem te weten. Bijna elke regel van deze boeken heeft de kracht om ons tot diepere kennis van de persoon van Jezus te brengen. De wetenschap dat dit eerlijke, geestelijke gidsen zijn, heeft door de eeuwen heen serieuze zoekers aangespoord om voortdurend te mediteren over de persoon van Jezus zoals Hij ons in de evangeliën wordt geopenbaard. Zoals de openingsalinea al aangaf, heb ik ernaar gestreefd deze oude adviezen serieus te nemen. Vaak moedig ik degenen die meer over Jezus willen weten aan met slechts één enkele zin: ‘Trek maar met Jezus op in de evangeliën.’
Mocht je dat willen doen, dan volgt hier een eenvoudige oefening. Reserveer wat tijd, een paar uurtjes of zo, om een evangelie in één keer helemaal door te lezen. Het kan zinvol zijn om dit enkele keren te doen. Terwijl je leest, trek je met Jezus op. Je vangt een glimp op van zijn relatie met God, die Hij ‘Abba Vader’ noemde. Wees getuige van de diepe intimiteit en verbondenheid tussen Hem en de Vader. Let op de manier waarop Hij met mensen omgaat, vooral met hen die aan de rand van de samenleving staan – de belastingambtenaren, de prostituees, de melaatsen enzovoort. Luister naar de woorden die Hij spreekt en de boodschap die Hij brengt. Onderzoek de manier waarop Hij de wereld ziet. Let op wat Hij doet en de manier waarop Hij het doet. Hoe reageer jij op Hem? Al ongeveer dertig jaar lang probeer ik dit te doen. Ik heb intens geworsteld met de vraag: ‘Wie zeg jij dat Ik ben?’ Ik ben Jezus gaan zien als de meest levendige, bewuste en verantwoordelijke mens die ooit geleefd heeft. Ik ben zijn sterven gaan erkennen als een onthulling van het antwoord van de liefde op het kwaad. Ik ben gaan beseffen dat er na de kruisiging iets buitengewoons moet zijn gebeurd, waardoor zijn bange en bedroefde discipelen zijn veranderd in vrijmoedige getuigen, die bereid waren om voor hun geloof te sterven. Dat deze mens Jezus volledig mens was, een van ons, en tegelijkertijd God in het vlees. Of, om het eenvoudiger te zeggen: ik ben gaan geloven dat Hij de Enige is.
Misschien worstel je met mijn nogal exclusieve bewering over wie Jezus is. Ik hoor je zeggen: ‘Er zijn natuurlijk heel veel geestelijke leidslieden die het evenzeer waard zijn om nagevolgd te worden.’ Wanneer ik zo word uitgedaagd, reageer ik meestal met een verhaal dat me werd verteld door Dallas Willard, een van de toonaangevende denkers in de hedendaagse wereld van de filosofie. Op een dag vroeg een student aan een prestigieuze Amerikaanse universiteit hem: ‘Professor, waarom bent u als intelligent, weldenkend en goed opgeleid man een volgeling van Jezus?’ In zijn karakteristieke eenvoud reageerde Dallas met een wedervraag. ‘Zeg me maar eens wie je anders in gedachten had,’ vroeg hij de nieuwsgierige student.
Dit was niet spottend bedoeld; in feite zei Dallas: ‘Vertel me maar in wie jij gelooft en laten we dan een eerlijke vergelijking maken. Als wat jij gelooft beter is dan wat ik in Jezus ben gaan zien, dan ben ik bereid om mijn denken te veranderen.’ Het punt is dat we, wanneer we Jezus intens leren kennen, zullen ontdekken dat Hij de beste is vergeleken met alle anderen. Ik heb ook andere leraren en wegen onderzocht, en ook al hebben ze beslist veel te bieden, ze halen het niet bij wat ik in zo veel wezenlijke opzichten in Jezus heb gevonden. Ik ben heel duidelijk over wat Jezus voor mij betekent. Hij is de beste en de grootste. Hij is voor mij de Enige.

Persoonlijke kennis van Jezus ontwikkelen
Optrekken met Jezus in de evangeliën is van essentieel belang om erachter te komen wie Hij is. Maar dit moet in balans blijven met een ander soort kennis. Ik zal uitleggen wat ik bedoel. Wanneer we de evangeliën steeds opnieuw lezen, dan leren we over Jezus. We maken kennis met zijn woorden en daden. We krijgen te horen over zijn dood en opstanding. We verzamelen wat we historische kennis zouden kunnen noemen. Maar toch weten we misschien nog steeds niet wie Jezus werkelijk is. We hebben ook een ander soort kennis nodig – persoonlijke kennis van wie Hij is, vanuit onze ervaring van Hem. Deze beide soorten kennis zijn belangrijk wanneer het erom gaat de persoon van Jezus te leren kennen.
Een simpel voorbeeld kan ons verder helpen. Ik ben al 27 jaar getrouwd met Debbie. Er zijn veel mensen in de gemeenschap waarin we leven die iets over haar weten. Deze mensen hebben een bepaalde ‘historische’ kennis van haar. Ze weten hoe ze eruitziet, wat ze doet, waar ze lesgeeft, welke kleding ze draagt, hoe ze haar haar doet en nog wat andere uiterlijke dingen. Maar ze kennen haar niet zo intiem als ik haar ken. Ze hebben de diepte van haar liefde, de omvang van haar vergeving, haar meedogenloze eerlijkheid en haar vertrouwen op God nooit zo ervaren als ik. Dit zijn dingen die mij duidelijk zijn geworden door mijn relatie met haar. Ze vormen mijn ‘persoonlijke’ kennis van haar, een kostbaar geschenk dat me gegeven is, in al die jaren dat ik haar steeds beter heb leren kennen. Dit soort kennis gaat veel dieper.
Als het gaat over het leren kennen van Jezus hebben we ook deze beide soorten kennis nodig – historische en persoonlijke. Beide zijn van wezenlijk belang. De eerste soort kennis is vooral afkomstig uit onze onderdompeling in de evangelieverhalen. De tweede soort is een diepere kennis die we opdoen wanneer we onszelf aan Hem overgeven en Hem beginnen te volgen. We zullen er niet achter komen wie Jezus werkelijk is wanneer we deze beide soorten kennis niet bij elkaar brengen. Dat is een proces dat niet van de ene op de andere dag plaatsvindt. Zoals het intiem leren kennen van een andere mens tijd vergt, zal ook dit een leven lang – en misschien nog wel langer – duren.

Kun je nu begrijpen waarom het christelijke geloof een radicale overgave van onszelf aan Jezus behelst? Jezus roept ons ook vandaag nog om zijn discipelen te worden. Hij nodigt ons uit om vandaag nog te zeggen: ‘Heer Jezus, ik heb in de evangeliën over U gelezen. Ik ben gaan inzien dat U iets heel bijzonders hebt, dat er iets heel bijzonders is aan de manier waarop U bent gestorven en vandaag de dag weer leeft, ondanks die dood. Nu wil ik het verhaal over U in de evangeliën samenbrengen met het verhaal van mijn leven. Ik wil U persoonlijk leren kennen, binnen de specifieke context van mijn eigen ervaring en relaties en gemeenschap. Dus geef ik me onvoorwaardelijk aan U.’
Misschien worstel je ermee om jezelf zo over te geven. Forceer jezelf niet verder dan datgene wat je kunt overgeven. Weet dat je hierin niet alleen staat. Het is al moeilijk genoeg om jezelf te geven aan iemand die je kunt zien, laat staan aan iemand die je niet kunt zien. Werkelijke overgave komt maar zelden zonder slag of stoot tot stand. Het gebeurt meestal geleidelijk, dag voor dag, terwijl we leren vertrouwen op de liefde van Christus, die we in de evangeliën hebben gezien. Hoe moeilijk het ook is om onszelf aan Christus toe te vertrouwen, alleen binnen zo’n persoonlijke relatie zullen we vanuit onze eigen ervaring gaan ontdekken hoe Hij werkelijk is. Ben je bereid om aan deze reis van overgave en vertrouwen te beginnen?

Jezus ervaren als je persoonlijke metgezel
Er gebeurt nog iets anders wanneer we onszelf aan Jezus geven. In de kracht van zijn geest stapt Hij uit de bladzijden van de evangeliën. Hij wordt onze persoonlijke metgezel. Verbazingwekkend genoeg beginnen we te ontdekken dat Hij ook nu nog onze levende vriend kan zijn, zoals Hij dat ook was voor de mensen die hun netten achterlieten bij het Meer van Galilea en Hem volgden. Wanneer we samen met vele anderen met Hem op weg gaan, laat Hij ons zijn weg voor ons leven zien en geeft Hij ons de kracht om die weg ook te gaan. We leren dat zijn juk zacht is en zijn last licht. En het allermooiste is dat we ontdekken dat we nooit alleen zijn, wat we ook doormaken.
Miljoenen mensen van allerlei achtergronden kunnen van deze realiteit getuigen. Een getuigenis dat me bijzonder geraakt heeft, is dat van Joseph Girzone. Laat ik het een en ander over hem vertellen. Een aantal jaren geleden moest hij zich om gezondheidsredenen terugtrekken uit het roomskatholieke priesterschap. Voor het eerst in zijn leven had hij bijna geen geld. Hij had net genoeg om te kunnen overleven. Hij had geen geld voor kleren. Hij maakte zijn meubels uit wat planken die hij goedkoop op de kop had getikt. Voor het eerst in zijn leven wist hij wat het was om echt ‘arm’ te zijn, in de wereldse zin van het woord. Hij begon wat Jezus had geleerd ook in praktijk te brengen op een manier zoals hij dat nog nooit had gedaan.
In zijn autobiografie Never Alone vertelt hij over een specifieke ervaring. Op een dag maakte hij een wandeling, terwijl hij zich afvroeg wat hij als avondeten zou maken, want hij had geen geld. Terwijl hij langs de kant van de weg liep, dacht hij dat hij geld zag liggen in een greppel. Hij vroeg zich af hoe dat geld daar op die afgelegen plek terecht was gekomen. Hij keek nog eens goed, boog zich en daar in die greppel lag netjes opgevouwen precies genoeg geld voor zijn avondeten. Op dat moment kon hij Jezus bijna horen zeggen: ‘Ik heb je toch gezegd dat je je geen zorgen moest maken, dat Ik voor je zou zorgen.’
Korte tijd later veranderden zijn levensomstandigheden radicaal. Hij begon romans te schrijven over iemand die Joshua heette. Het was zijn manier om mensen te laten kennismaken met Jezus en zijn boodschap. Wereldwijd zijn er miljoenen van zijn boeken verkocht. Geld is nu in zijn leven een pijnlijke last geworden. Het is niet gemakkelijk om het goed te gebruiken. In Never Alone beschrijft hij fantastisch mooi hoe hij zijn boek opdraagt aan Jezus. Het beschrijft op een mooie manier hoe we Jezus kunnen leren kennen als onze persoonlijke metgezel wanneer we onszelf volkomen aan Hem toevertrouwen. Hier volgen zijn woorden:
‘Ik draag dit boek op aan mijn Vriend Die altijd bij me en in mijn hart is, Die nooit ver weg is als ik me alleen en verward voel, Die altijd vrede geeft aan mijn ziel als ik bezorgd en bang ben, en angst heb voor de toekomst. Ik deel mijn diepste geheimen met Hem, mijn vreugde, mijn zorgen, mijn verworvenheden, mijn schaamte. Hij begrijpt me altijd. Hij beschuldigt of bekritiseert nooit, maar stelt vaak een heel andere manier van aanpakken voor. Wanneer Hij dat doet, dan baant Hij ook altijd de weg, zodat het niet zo onmogelijk is als ik eerst had gedacht. Door de jaren heen heb ik geleerd op Hem te vertrouwen. Het was niet gemakkelijk. Ik dacht dat ik, als ik Hem volgde, alle lol in mijn leven moest opgeven, maar ik heb ontdekt dat Hij de bron is van alle vreugde en avontuur, en Hij heeft mijn leven inderdaad veranderd in een geweldig avontuur, in een periode waarin ik dacht dat het bijna was afgelopen. Ik zou je willen meegeven dat Hij ook jouw vriend zou kunnen worden, als je dat graag zou willen. Wees niet bang! Hij zal je vrijheid en je onafhankelijkheid meer respecteren dan alle mensen die je ooit hebt ontmoet, omdat Hij je geschapen heeft om vrij te zijn. Hij wil alleen meer dan wat ook dat je Hem als je vriend zult aanvaarden. Als je dat doet, dan kan ik je beloven dat je nooit alleen zult zijn.’

Antwoord geven op Gods vraag
Wie zeg jij dat Ik ben? Jezus’ vraag weerklinkt door de geschiedenis tot op de dag van vandaag. Nu is het tijd voor jou om je eigen reactie te bekijken.

Wie is Jezus Christus voor jou? Een mythe die in het leven is geroepen door de slimme fantasieën van de evangelieschrijvers? Een geweldige menselijke leraar en profeet? Een genezer die in staat was grote wonderen te verrichten? Een soort Superman, die in staat is omlaag te zweven en je van al je moeilijkheden te redden? Of iemand anders, iemand die meer is, iemand die volledig en compleet mens is, maar die toch ook voortdurend God is, en die God zelf aan ons openbaart? Hoe reageer jij?
Zoals we al gezien hebben, kun je voor het antwoord op deze vragen het beste in de evangeliën terecht. Vraag God om je te helpen Jezus volledig te zien, zoals Hij werkelijk is. Vraag ook Hem niet alleen te kunnen zien zoals Hij in de evangeliën naar voren komt, maar ook zoals Hij door de geschiedenis heen heeft geleefd in het leven van zijn volgelingen en overal in het universum. Vaak kunnen we in mensen die zichzelf aan Hem gegeven hebben een glimp van zijn schoonheid en grootheid opvangen.

Naast deze verkenningen is het ook van belang om persoonlijk met Jezus om te gaan. Hem leren kennen is veel meer dan alleen een zaak van het hoofd. Het gaat er ook om dat je jezelf intens geeft aan degene die je wilt leren kennen. Vergeet niet dat er twee manieren van kennen bestaan. Je kunt Jezus echt alleen maar leren kennen door zo veel mogelijk van jezelf toe te vertrouwen aan alles wat je van Hem weet. Deze riskante stap gaat uit van het eenvoudige geloof dat Jezus leeft en hier bij ons aanwezig is en zichzelf bekend wil maken aan allen die Hem werkelijk zoeken. Wat denk je en hoe voel je je als het gaat om het zetten van deze stap? Praat met God over deze gedachten en gevoelens.

Zoals altijd is het ook nu van belang om volkomen eerlijk te zijn. Ons verstaan van Jezus ontwikkelt en verdiept zich meestal in de loop van de tijd. Toen Petrus Jezus’ vraag beantwoordde en tegen Hem zei: ‘U bent de Messias,’ was hij nog steeds bezig aan zijn zoektocht om te ontdekken wie Jezus werkelijk was. Dat Petrus Jezus Messias noemde op dat punt in het Marcusevangelie betekende niet dat hij Hem ‘goddelijk’, of ‘de tweede persoon van de drie-eenheid’, of ‘God’ noemde. Dat diepere inzicht in Jezus’ identiteit zou voor Petrus pas later komen. En wanneer wij met deze vraag worstelen, kunnen ook wij merken dat het wat tijd kost voordat we op onze knieën aan de voeten van Jezus vallen en het uitroepen: ‘U bent mijn Heer en mijn God.’

Deze vraag en Petrus’ antwoord markeerden een keerpunt in het Marcusevangelie. Moge jouw antwoord het keerpunt in je eigen leven worden.

Bron: Trevor Hudson, In gesprek met God